G.V. T.H.O.R.- Zwaluwen Zevenaar

V.O.G. beleid

 

Secretariaat:                      Penningmeester :                                       

Esther Versteegen             Coby van Dalen

Leemkuylweg 23              Waardsmanscamp 1

6905 AV Zevenaar            6905 CZ Zevenaar

tel.: 06-48841339              tel : 0316-527342

 

IBAN: NL97RABO0384838340

K.V.K.40123913

 

E-mail  :  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.                                

Internet:   www.thorzwaluwen.nl            

   

             

 

 

Beleid omgangsregels en seksuele intimidatie

Datum laatste bewerking: november 2016

 

 

Aanleiding beleid omgangsregels en seksuele intimidatie

Ondanks het feit dat wij als vereniging nog nooit in aanraking zijn geweest met een situatie waarin de omgangsregels tussen leden en leiding of tussen leden onderling ernstig verstoord zijn geweest, vinden wij het van belang om preventief een aantal zaken op papier te zetten. De huidige bestuursleden en leidinggevenden zijn allen in het bezit van een VOG. In de toekomst willen wij dit beleid voortzetten en aanscherpen met een aantal maatregelen die in dit protocol verder besproken zullen worden en vastgelegd zijn. Tevens hebben wij een Vertrouwenscontact-persoon aangesteld. De procedures rondom deze functie zullen ook uiteengezet worden in dit protocol.

 

Beginsituatie/ nulmeting

Achter tabblad 2 is de risicoanalyse te vinden die als nulmeting is gebruikt. Deze analyse is op 3 juni 2015 ingevuld door de volgende bestuursleden: Harry Steenhuis (voorzitter), Arie Schaap (materiaalman) en Anne-Marie de Winkel (secretariaat). Belangrijkste aandachtspunten uit deze nulmeting zijn:

-          Er is nog geen beleid om pesterijen, onderling bij leden of door leiding, te voorkomen.

-          Doordat de vereniging de sportaccommodaties huurt van de gemeente zijn zij afhankelijk van de Gemeente als het gaat om de veiligheid in en rondom het gebouw (bijv. de verlichting).

-          Leiding is nog niet geïnstrueerd op het weren van derden in de accommodaties.

-          Gedragsregels zijn nog niet opgesteld, besproken en goedgekeurd door leiding en nog niet medegedeeld aan (ouders van) leden.

-          De procedure om een klacht in te dienen bij de VCP (vertrouwenscontactpersoon) is nog niet bekend bij leiding en (ouders van) leden.

 

Omgangsregels

Binnen sportverenigingen heb je te maken met intimiteit. Bij veel activiteiten is er sprake van lichamelijk contact. Gedacht kan worden aan het stoeien, in kleine ruimten vertoeven en het douchen in gemeenschappelijke ruimten. Het actief hanteren en uitdragen van omgangsregels helpt om overschrijding van grenzen te voorkomen.

 

De volgende regels hebben wij, leiding- en bestuursleden samen besproken en vastgesteld op: 16 november 2016 (bestuursvergadering) en ………… (tc-vergadering) Om deze afspraken kracht bij te zetten heeft iedere leidinggevende deze afspraken ondertekend (tabblad 3).

1.      Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij is en discrimineer niet. Iedereen telt mee binnen de vereniging.

2.      Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.

3.      Ik val de ander niet lastig. 

4.      Ik berokken de ander geen schade. 

5.      Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn machtspositie. 

6.      Ik scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen. 

7.      Ik negeer de ander niet. 

8.      Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen. 

9.      Ik vecht niet, ik gebruik geen geweld, ik bedreig de ander niet, ik neem geen wapens mee. 

10.  Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan. 

11.  Ik geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht. 

12.  Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk. 

13.  Als iemand mij hindert of lastigvalt dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen. Als dat niet helpt, vraag ik een ander om hulp. 

14.  Ik help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreek degene die zich daar niet aan houdt erop aan en meld dit zo nodig bij het bestuur.

Naast deze omgangsregels hebben wij een aantal regels opgesteld voor alle leden van de vereniging. Deze zijn afgeleid van de omgangsregels voor de leiding en het bestuur. Deze omgangsregels zijn bij de (ouders van) leden bekend doordat ze gecommuniceerd zijn via de nieuwsbrief, ze na te lezen zijn op onze website en besproken zijn in de ledenvergadering van … april 2016

1.      Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij is en discrimineer niet. Iedereen telt mee binnen de vereniging.

2.      Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.

3.      Ik val de ander niet lastig. 

4.      Ik berokken de ander geen schade. 

5.      Ik scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen. 

6.      Ik negeer de ander niet. 

7.      Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen. 

8.      Ik vecht niet, ik gebruik geen geweld, ik bedreig de ander niet, ik neem geen wapens mee. 

9.      Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan. 

10.  Ik geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht. 

11.  Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk. 

12.  Als iemand mij hindert of lastigvalt dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen. Als dat niet helpt, vraag ik een ander om hulp. 

13.  Ik help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreek degene die zich daar niet aan houdt erop aan en meld dit zo nodig bij het bestuur.

Gedragsregels begeleiders binnen de vereniging

Omgangsregels kunnen gezien worden als algemene uitgangspunten voor gedrag. In de sport is de relatie tussen de trainer en de sporter erg belangrijk. Daarom heeft de georganiseerde sport gedragsregels vastgesteld. Deze gedragsregels zijn gericht op trainers/ coaches/ begeleiders/ kaderleden (verder in de tekst begeleider genoemd) en maken deel uit van het Tuchtreglement van de KNGU. De gedragsregels geven aan waar de grenzen liggen in het contact tussen begeleider en sporter.

Deze gedragsregels zijn opgesteld voor begeleiders (leiding) in de sport aangezien uit cijfers blijkt dat plegers veelal begeleiders zijn en slachtoffers veelal sporter. De gedragsregels vormen - aangevuld met de omgangsregels - een richtlijn voor de omgang tussen sporters en begeleiders.

Gedragsregels
Deze gedragsregels zijn anders dan omgangsregels afdwingbaar. Als een of meerdere gedragsregels overtreden wordt dan kan een tuchtprocedure met tuchtrechtelijke sancties volgen vanuit de sportbond. Deze procedure wordt in werking gezet met medewerking van de vertrouwenscontactpersoon binnen de vereniging.

De ‘Gedragsregels begeleiders in de sport’ zoals vastgesteld binnen de georganiseerde sport zijn als volgt: 

1.      De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig kan voelen.

2.      De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is in het kader van de sportbeoefening. 

3.      De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of Seksuele Intimidatie tegenover de sporter. 

4.      Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik. 

5.      De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten. 

6.      De begeleider onthoudt zich van (verbale) seksueel getinte intimiteiten via welk communicatiemiddel dan ook. 

7.      De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer. 

8.      De begeleider heeft de plicht - voor zover in zijn vermogen ligt - de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van Seksuele Intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen. 

9.      De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan. 

10.  De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien de begeleider gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragsregels zal hij de daartoe noodzakelijke actie(s) ondernemen. 

11.  In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

(Gedragsregels voor begeleiders zoals vastgesteld in de Blauwdruk Tuchtreglement Seksuele Intimidatie in de AV van NOC*NSF van 15 november 2011)

Procedure aanname begeleider

Binnen T.H.O.R.-Zwaluwen wordt eenzelfde procedure gehanteerd bij het aannemen van een nieuwe begeleider. Hierbij worden bij een leidinggevende andere accenten gelegd dan bij een bestuurslid. Hieronder zetten wij uiteen welke procedure wordt gevolgd bij het aannemen van leidinggevenden en bestuursleden.

 

Bestuursleden worden uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek met de voorzitter van de vereniging en in ieder geval een ander bestuurslid. Daarnaast volgt, bij positief advies, een gesprek met degene die de functie tot dan toe heeft ingevuld. Als derde gesprek volgt er nogmaals een gesprek met de voorzitter en een ander bestuurslid (kan dezelfde zijn als in gesprek 1) en de vertrouwenscontactpersoon. Tijdens dit gesprek wordt onder andere het beleid seksuele intimidatie besproken en wordt de ‘Intentieverklaring preventie seksuele intimidatie in sportverenigingen’ met daarbij de omgangs- en gedragsregels (tabblad 3) getekend. Tevens wordt voor de desbetreffende persoon een ‘Verklaring Omtrent Gedrag’ aangevraagd (VOG) en volgt, bij positief advies, de opname binnen het bestuur.

 

Leidinggevenden worden uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek met de voorzitter van de Technische Commissie en de vertrouwenscontactpersoon. Tijdens dit gesprek wordt onder andere het beleid seksuele intimidatie besproken en wordt de ‘Intentieverklaring preventie seksuele intimidatie in sportverenigingen’ met daarbij de omgangs- en gedragsregels (tabblad 3) getekend, tevens wordt voor de desbetreffende persoon een ‘Verklaring Omtrent Gedrag’ aangevraagd (VOG). Daarnaast volgt, bij positief advies, een gesprek met degene die de functie tot dan toe heeft ingevuld. De secretaresse TC zorgt ervoor dat de nieuwe leidinggevende op de hoogte is van alle praktische afspraken en protocollen die binnen de vereniging van toepassing zijn.

 

 

 

 

Vertrouwenscontactpersoon

 

De Vertrouwenscontactpersoon (VCP) is binnen de vereniging het eerste aanspreekpunt voor een ieder die opmerkingen of vragen heeft m.b.t. tot seksuele intimidatie (SI), of over een concreet incident een gesprek wil met de vereniging. De VCP is aanspreekbaar voor sporters, ouders van sporters, toeschouwers, kaderleden, vrijwilligers en bestuur. Een functieprofiel van de VCP is te vinden achter tabblad 4.

 

Deze gesprekken zijn in principe vertrouwelijk. Maar deze vertrouwelijkheid heeft zijn grenzen: ten eerste vanwege het algemeen belang van een veilige sportomgeving en ten tweede vanwege de Nederlandse wetgeving die in bepaalde gevallen de VCP en het bestuur verplicht de vertrouwelijkheid te doorbreken.

Is dit laatste het geval, dan is er voor de VCP sprake van een conflict van taken. Dit conflict van taken kan zich vooral voordoen indien zij het bestuur, in een vertrouwelijk gesprek, op de hoogte stelt van een concreet ernstig incident van SI. Overleg tussen de VCP en het bestuur van de vereniging speelt een belangrijke rol bij het oplossing van het conflict van taken. Het bestuur heeft de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van haar leden, de VCP zal in alle gevallen dat zij op welke wijze dan ook kennis neemt van een incident m.b.t. SI dit geanonimiseerd met het bestuur moeten bespreken. Hierbij wordt de vertrouwelijkheid niet geschonden, terwijl het bestuur kan beoordelen of en hoe de vertrouwenspersoon en het bestuur moeten handelen. Alléén wanneer het bestuur niet zonder nadere informatie kan handelen, zal zij de VCP om die informatie vragen, waardoor de vertrouwelijkheid (deels) wordt opgeheven.

 

Procedure

 

In onderstaand protocol wordt stapsgewijs de handelwijze van de VCP beschreven in het geval zij in vertrouwen op de hoogte wordt gebracht van een incident m.b.t. SI. Ook een eventueel (intern) conflict van taken van de VCP wordt in het protocol beschreven naar te nemen acties. Het protocol blijft met de beschreven handelwijze binnen de grenzen van het functieprofiel van de VCP.

 

1. Eerste opvang: verhaal en emoties

Een ieder kan een beroep doen op de VCP voor vragen, vermoedens, meldingen, klachten en aangifte met betrekking tot SI. De VCP is hiervoor het eerste aanspreekpunt binnen de vereniging. De betrokkene moet in de eerste plaats in vertrouwen een verhaal kwijt kunnen en worden opgevangen in verband met emoties die daarbij kunnen spelen. 

De VCP moet echter vooraf twee zaken duidelijk maken: 

1.      elk incident wordt geanonimiseerd met het bestuur besproken omdat die de verantwoordelijkheid heeft om de implicaties voor de vereniging vast te stellen en daarnaar te handelen 

2.      de vertrouwelijkheid van het gesprek is begrensd: indien het bestuur oordeelt dat de veiligheid van een of meerdere van haar leden in het geding is en/of wanneer er sprake is van een ernstig strafbaar feit.

 

2. Overleg over vervolgstappen: doorverwijzen

Naar aanleiding van wat de VCP ter ore komt, wordt de betrokkene geïnformeerd over mogelijke vervolgstappen en over de (externe) instanties waartoe de betrokkene zich kan wenden voor de verschillende vervolgstappen. De betrokkene maakt hierin zélf een keuze of wordt doorverwezen naar instanties die bij die keuzebepaling kunnen helpen (Vertrouwenspersoon van NOC*NSF, Maatschappelijk werk, huisarts).

 

3. Opheffen vertrouwelijkheid

De VCP informeert de betrokkene over de gevolgen die het incident heeft voor de stappen die de VCP moet zetten. In alle gevallen zal geanonimiseerd overleg met bestuur volgen (reeds gemeld in stap 1). Deze beoordeelt hoe vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid moet worden gehandeld. Indien dit handelen vereist dat (een deel van) de vertrouwelijkheid moet worden opgeheven, zal betrokkene door de VCP hierover uitleg krijgen en om diens toestemming worden gevraagd. Bij toestemming is de vertrouwelijkheid opgeheven. Het opheffen van vertrouwelijkheid gebeurt echter ook zonder toestemming van de betrokkene, maar niet nadat:

•      de VCP de betrokkene heeft uitgelegd waarom hij/zij deze stap moet nemen en om diens toestemming daarvoor is gevraagd;

•      het is gebleken dat er geen andere weg is dan het opheffen van de vertrouwelijkheid om het voor het bestuur mogelijk te maken haar verantwoordelijkheid te nemen;

•      naar het oordeel van het bestuur het niet-opheffen van de vertrouwelijkheid voor betrokkene en/of derden schade of gevaar zal opleveren en dit kan worden voorkomen door het opheffen van de vertrouwelijkheid;

•      er in gevallen van ernstige twijfel bij de VCP (en/of bij het bestuur) aan de juistheid van het opheffen van de vertrouwelijkheid, consultatie van zijn/haar collega op Bondsniveau heeft plaatsgevonden;

 

Opheffen van de vertrouwelijkheid gebeurt overigens met inachtneming van alle verplichtingen die het bestuur en VCP hebben jegens de bescherming van de privacy van alle betrokken partijen. Met de betrokkene bespreekt de VCP de mogelijke gevolgen van deze stap en verwijst de betrokkene naar relevante hulpverlening. Tevens wordt afgesproken hoe betrokkene op de hoogte wordt gehouden van het handelen van het bestuur.

 

Overwegingen die tot het opheffen van de vertrouwelijkheid aanleiding kunnen geven zijn:

•      er is sprake van een ernstig strafbaar feit; 

•      er is sprake van angst of onmacht aan de zijde van betrokkene om een strafbare en/of ongewenste situatie te beëindigen;

•      er is sprake van een voor de betrokkene of derden acute onveilige sportomgeving;

•      er is sprake van gedragingen of een situatie waarin het bestuur vanuit haar verantwoordelijkheid in het algemeen belang moet ingrijpen.

 

In geval dat de vertrouwelijkheid moet worden opgeheven omdat er sprake is van een ernstig strafbaar feit waar aangifteplicht voor geldt, zoals bij verkrachting, dan stelt de VCP het bestuur daarvan in kennis en zal het bestuur deze verplichting tot aangifte moeten nakomen. Doet zij dat niet, dan berust deze verplichting in even grote mate bij de VCP. Deze kan echter geen aangifte doen namens de vereniging, maar doet dat dan als privé persoon.

 

4. Rapportage aan bestuur

De VCP brengt het bestuur altijd op de hoogte van hetgeen een betrokkene heeft verklaard en welke afspraken met betrekking tot de doorverwijzing zijn gemaakt. Dit gebeurt geanonimiseerd, maar indien het bestuur dit noodzakelijk vindt met verwijzing naar personen (zie hiervoor punt 3 opheffen vertrouwelijkheid). 

 

5. Verslaglegging

De VCP legt verslag van de gevoerde gesprekken en de daaruit voortvloeiende doorverwijzing en gemaakte afspraken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het standaard formulier dat hiervoor is ontwikkeld. Het registratieformulier voor de VCP en het rapportageformulier voor de rapportage aan het bestuur. 

Deze formulieren worden binnen de vereniging op een veilige wijze gearchiveerd. De VCP beheert dit archief.

 

Bij vermoedens van SI, anonieme signalen, eigen waarnemingen, of geruchten daarover, licht de VCP het bestuur in. Besluit het bestuur daarop tot verdere stappen, zoals nader onderzoek, dan wordt de VCP daar niet mee belast. Ook wordt de VCP niet belast met inhoudelijke taken bij een eventueel tuchtrechtelijk traject, ook al komen de signalen van haar.

 

 

Activiteiten

Geen evenementen

Zoeken